Meer variatie in groentesoorten kan de landbouw klimaatbestendiger maken. Vooral traditionele rassen en wilde verwanten bieden kansen voor veredeling. Een internationaal onderzoeksteam pleit daarom voor beter behoud én gebruik. Wageningen University & Research (WUR) werkte mee aan de studie.
De onderzoekers identificeerden wereldwijd ruim 1.480 eetbare groentesoorten. Het werkelijke aantal ligt volgens hen waarschijnlijk nog hoger. Veel van deze soorten worden nauwelijks onderzocht of gebruikt.
Traditionele rassen en wilde verwanten bevatten waardevolle genetische eigenschappen. Veredelaars kunnen deze eigenschappen gebruiken bij de ontwikkeling van nieuwe rassen. Zo kunnen groenten beter bestand worden tegen hitte en droogte. Ook weerstand tegen plagen en ziekten speelt daarbij een rol.
“Alleen meer groenten verbouwen is niet genoeg. We moeten ook meer verschillende groentesoorten telen”, zegt Eric Schranz, hoogleraar biosystematiek aan Wageningen University & Research.
Veel minder gebruikte groentesoorten zijn rijk aan vitaminen en mineralen. Ze zijn bovendien vaak goed aangepast aan lokale omstandigheden. Toch krijgen ze weinig aandacht binnen onderzoek, veredeling en behoud.
De variatie aan traditionele groenterassen nam de afgelopen eeuw sterk af. Ook wilde verwanten van belangrijke groentegewassen staan onder druk. Bijna een kwart van de onderzochte wilde verwanten wordt met uitsterven bedreigd.
Alleen zaden bewaren in genenbanken is volgens onderzoekers onvoldoende. De verschillende soorten moeten uiteindelijk ook daadwerkelijk worden gebruikt. Dat betekent verdere veredeling, teelt, verkoop en consumptie.
De onderzoekers pleiten daarom voor uitbreiding van onderzoek en veredeling. Ook moet de toegang tot verschillende genetische bronnen verbeteren. Behoud en gebruik van groentesoorten moeten daarbij hand in hand gaan.
Bron: Wageningen University & Research