Water vormt slechts een klein deel van de kostprijs. Toch kan de voedingsmiddelenindustrie nauwelijks zonder. Drinkwaterbedrijven waarschuwen vanaf 2035 voor tekorten tijdens droge perioden. Producenten krijgen dan mogelijk minder water op piekmomenten. Ook plannen voor uitbreiding kunnen stranden door onvoldoende beschikbaar drinkwater.
De voedingsmiddelen- en drankenindustrie gebruikt leidingwater voor uiteenlopende processen. Een deel wordt als toevoeging in producten verwerkt. Producenten gebruiken het ook bij koken en stomen.
Verder is leidingwater nodig voor het reinigen van producten. Ook verpakkingen en productiemachines worden ermee gereinigd. Voor koeling gebruikt de sector vooral grond- en oppervlaktewater.
De prijs van water is relatief laag. Het aandeel bedraagt slechts enkele tienden van procenten van de kostprijs. Zelfs bij forse prijsstijgingen blijft de sector sterk afhankelijk. De vraag naar water blijft daardoor op peil.
Zonder overheidsingrijpen dreigt vanaf 2035 een tekort aan drinkwater. Dat risico speelt vooral tijdens droge perioden. Bedrijven krijgen op piekmomenten mogelijk minder toegang tot water.
Ook uitbreidingsplannen met een grote watervraag kunnen worden afgewezen. Grootschalige productiebeperkingen door drinkwatertekorten zijn vooralsnog uitzonderlijk. Het risico neemt toe wanneer droogte vaker voorkomt en heviger wordt.
Bierbrouwers en zuivelbedrijven verlagen hun waterverbruik al langere tijd. Zij richten hun productieproces daarvoor efficiënter in. Zo verkorten bedrijven bijvoorbeeld hun reinigingsprocessen.
Filtermethoden maken het mogelijk om water opnieuw te gebruiken. Daarnaast vangen producenten restwater op voor hergebruik.
Waterbesparende technieken vragen echter om een flinke investering. De lage waterprijs beperkt de financiële opbrengst van waterbesparing. Daardoor zijn zulke investeringen moeilijk financieel rond te krijgen. Bovendien hebben ze een lange terugverdientijd.
Bron: ABN AMRO