De druk op de Europese plasticrecyclingsector loopt stevig op. Nederland trekt daarom, samen met een paar andere lidstaten, aan de bel in Brussel. Er moet nú iets gebeuren, zegt staatssecretaris Aartsen, want ondernemers krijgen het zwaar door de instroom van spotgoedkoop nieuw plastic.
Door lage olieprijzen komt nieuw plastic massaal en goedkoop de markt op. Daardoor worden Europese recyclers weggedrukt, terwijl juist zij stevig hebben geïnvesteerd in een schonere en circulaire industrie. De Circular Economy Act moet volgend jaar verlichting brengen. Alleen, dat duurt nog even. Bedrijven voelen de pijn nu al. En volgens Aartsen kan dat grote gevolgen hebben: “Als we geen actie ondernemen, zullen er meer bedrijven gaan omvallen.”
Nederland benadrukt dat het beter is om nieuw plastic te maken van oude petflessen uit Europa. Niet van aardolie. En zeker niet van dubieus materiaal dat van buiten de EU komt. Dat past bij een industrie die sterker en minder afhankelijk wil worden van externe grondstoffen.
Wat moet Brussel dan doen? Nederland wil dat gerecycled plastic en bio-plastic verplicht worden ingezet voor producten die binnen de EU worden verkocht. Dat creëert namelijk een stabielere markt voor bedrijven die circulair werken. Daarnaast zijn duidelijke regels nodig: wanneer is plastic afval, wanneer telt het als grondstof? En hoe moet chemisch gerecycled materiaal meetellen in nieuwe verpakkingen? Die rekenregels ontbreken nu nog.
Daarnaast mag goedkoop nieuw plastic niet langer op de Europese markt terechtkomen zonder aan dezelfde voorwaarden te voldoen als Europese producenten. Nederland vindt dat essentieel voor een eerlijk speelveld. Ook wil het kabinet dat circulaire ondernemers beter worden meegenomen in andere wetgeving en financieringsinstrumenten, zoals fiscale stimulering van plasticrecyclaat.
Aartsen benadrukt de urgentie nog eens: “Spoed is geboden. Brussel moet nu in actie komen en ook kijken wat op korte termijn al mogelijk is, want onze bedrijven hebben nu steun nodig.”
Bron: Rijksoverheid