Ketels en ovens vervangen biedt voedingsmiddelenbedrijven kansen om te verduurzamen. Veel industriële installaties bereiken binnenkort het einde van hun levensduur. Maar netcongestie belemmert op veel locaties de overstap naar elektrische technieken. Stichting Cluster 6 pleit daarom voor tijdelijke lokale energieopwekking. Daarmee moeten bedrijven alvast kunnen investeren, voordat extra netcapaciteit beschikbaar komt.
Veel voedingsmiddelenbedrijven maken deel uit van de regionale industrie binnen Cluster 6. FNLI werkt binnen dit cluster mee aan voorwaarden voor verduurzaming. Voedingsmiddelenbedrijven investeren onder meer in warmtepompen, e-boilers en elektrische of hybride ovens. Ook investeren zij in warmteopslag, flexibele productie en duurzame energieopwekking.
De industriestrategie Overbruggen om te verduurzamen beschrijft wat deze investeringen belemmert. Het onderzoek is gebaseerd op gegevens en interviews bij 93 industriële productielocaties.
Industriële installaties gaan tot veertig jaar mee, schrijft Cluster 6. Veel ketels en ovens zijn de komende tien jaar aan vervanging toe. Zonder mogelijkheden voor verduurzaming resteert dan vaak een nieuwe fossiele installatie. Daarmee ligt de uitstoot volgens de stichting voor decennia vast.
Elektrificatie is voor de meeste bedrijven binnen Cluster 6 de voorkeursroute. De deelnemende bedrijven hebben daarvoor ongeveer driemaal hun huidige aansluitvermogen nodig. Volgens huidige planningen krijgen de meeste locaties tussen 2030 en 2035 een zwaardere aansluiting. Veel bedrijven moeten hun installaties vervangen voordat die aansluiting beschikbaar is.
Volgens Cluster 6 stellen bedrijven hierdoor verduurzamingsprojecten uit of schrappen ze. Ook verplaatsen bedrijven projecten naar het buitenland.
Cluster 6 stelt lokale elektriciteitsproductie voor om die periode te overbruggen. Mogelijkheden zijn zon en wind met opslag, gasturbines, warmtekrachtkoppeling en brandstofcellen. Daarmee kunnen bedrijven volgens de stichting alvast investeren in elektrische installaties. Volgens Cluster 6 levert dit op langere termijn klimaatwinst op. Ook als de lokale elektriciteitsproductie eerst fossiele brandstoffen gebruikt.
De stichting vraagt duidelijkheid over de planning van netuitbreidingen. Daarnaast bepleit zij passende regelgeving en vergunningen voor tijdelijke opwekking. Daarbij hoort een oplossing voor tijdelijke stikstofuitstoot tijdens de overbruggingsperiode en de bouw. Ook vraagt Cluster 6 voorspelbare energiekosten en concurrerende nettarieven. Meer financiële steun moet investeringen in netaansluitingen en flexibiliteitsvoorzieningen mogelijk maken.
Bron: FNLI