De eiwittransitie in Nederland laat weinig beweging zien. Het aandeel plantaardige eiwitten in het Nederlandse voedingspatroon blijft steken op 39 procent. Daarmee blijft de verhouding 61 procent dierlijk en 39 procent plantaardig, vrijwel gelijk aan 2024 en 2023. Dat blijkt uit de Eiwitmonitor 2025 van Wageningen Social & Economic Research.
De beoogde 50/50-verhouding in 2030 komt daarmee niet dichterbij. Het verschil tussen 2024 en 2025 is statistisch niet significant. De totale eiwitinname stabiliseerde in 2025 op 63,1 gram per dag. Daarvan is 24,6 gram plantaardig en 38,6 gram dierlijk.
Binnen de dierlijke eiwitten levert vlees en gevogelte de grootste bijdrage. Aan plantaardige kant blijft brood de belangrijkste eiwitbron. Het beeld is over de jaren stabiel, zonder noemenswaardige verschuivingen tussen productgroepen.
Onder dieetgroepen zijn duidelijke verschillen zichtbaar. Vleeseters halen 64 procent van hun eiwitten uit dierlijke bronnen. Flexitariërs komen uit op 56 procent. Pescotariërs laten een verhouding van 50-50 zien. Vegetariërs halen 62 procent van hun eiwitten uit plantaardige bronnen.
Hoewel het eetpatroon nauwelijks verschuift, veranderen intenties wel. De intentie om peulvruchten, tofu, tempeh, seitan en plantaardige alternatieven voor vlees, vis en zuivel te consumeren is gestegen ten opzichte van 2024. Tegelijk daalt de intentie om dierlijke producten zoals ei, kaas en zuivel te eten licht.
Volgens Marleen Onwezen “schiet de transitie naar meer plantaardig eiwit niet op.” Zij benadrukt dat meer nodig is om plantaardige eiwitten op gelijk niveau te krijgen met dierlijke eiwitten.
Het online supermarktaanbod bestaat in 2025 voor 65 procent uit dierlijke eiwitproducten en voor 35 procent uit plantaardige varianten. Binnen geselecteerde productgroepen is de keuze voor dierlijke eiwitten ruim zeven keer zo groot.
Prijs en promotie versterken dit beeld. In 2025 had 76 procent van de promoties betrekking op dierlijke eiwitproducten. Hoewel plantaardige eiwitproducten gemiddeld goedkoper zijn per kilo, is in de meeste productgroepen de goedkoopste optie nog altijd dierlijk.
Bron: Wageningen Social & Economic Research