De vraag naar eieren en pluimveevlees blijft groeien. Toch daalt de productie in Nederland richting 2040 licht. Dat lijkt tegenstrijdig, maar het is het niet. Strengere eisen aan dierenwelzijn en milieu zorgen ervoor dat de sector anders wordt ingericht. Rabobank schetst in een toekomstverkenning hoe de Nederlandse pluimveehouderij zich ontwikkelt binnen de grenzen van klimaat en natuur.
In 2040 telt Nederland minder pluimveebedrijven. Ten opzichte van 2023 zijn er twintig procent minder leghennen en dertig procent minder vleeskuikens. Het aantal bedrijven is zelfs met meer dan de helft afgenomen. Bedrijven die overblijven, zijn groter. Niet doordat er per locatie meer dieren worden gehouden, maar doordat ondernemers hun activiteiten over meerdere locaties spreiden.
De leghennenhouderij blijft vooral te vinden op de zandgronden in Gelderland, Noord-Brabant en Noord-Limburg. Bedrijven die dicht bij Natura 2000-gebieden liggen, krijgen te maken met een ingrijpende herstructurering. De vleeskuikenhouderij blijft, net als nu, meer verspreid over het land.
Dierenwelzijn krijgt een nadrukkelijkere plek in de sector. Kooibedrijven zijn in Nederland verdwenen. Nieuwe stallen beschikken vaak over een overdekte uitloop en dieren hebben meer ruimte. Vaccinatie tegen vogelgriep is al langere tijd standaard. Daardoor kunnen kippen vrij buiten lopen. Het antibioticagebruik is verder afgenomen en daarmee zeer beperkt.
Ook de milieubelasting is lager. Door een combinatie van emissiereducerende technieken en een lagere stalbezetting dalen de emissies van ammoniak en fijnstof. De sector is energieneutraal. Bedrijven wekken hun eigen energie op en gebruiken geen biomassa meer voor warmte. Mestafzet verloopt circulair en vormt geen knelpunt meer.
De productie richt zich sterker op Nederland en de omringende landen. “De pluimveehouderij produceert sterker dan nu voor de Nederlandse of Noord-West Europese markt.” Door ketenregie, certificering en vraaggestuurde productie worden hogere kosten terugverdiend. In deze ketens betalen consumenten mee aan klimaat-, natuur- en dierenwelzijnsdoelen.
Bron: Rabobank