Brussel wil grip krijgen op de eiwitmarkt. In een recent wetsvoorstel maakt de Europese Commissie duidelijk werk van een aparte eiwitsector binnen het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Minder afhankelijk zijn van import, meer ruimte voor de teelt van bonen, erwten en andere eiwitrijke gewassen; dat is het idee.
Die eiwitsector moet vanaf 2028 officieel een plek krijgen in Annex I van Verordening 1308/2013. Niet als toevoeging, maar als vervanger van de huidige categorie ‘gedroogde voeder’. De herverdeling is duidelijk: bonen en veldbonen gaan naar de nieuwe sector, minder eiwitrijke gewassen verhuizen naar een aparte lijst.
Lidstaten krijgen de verplichting om producentenorganisaties en brancheclubs in deze sector te erkennen. Organisaties die nu al bestaan, kunnen hun erkenning houden. Tenminste, als ze voldoen aan de nieuwe voorwaarden. Daarmee wil de Commissie de eiwitketen sterker en beter georganiseerd krijgen, binnen landen, maar ook over de grens.
Dat Brussel plantaardige eiwitten belangrijk vindt, is geen verrassing. Maar met deze stap krijgt de stimulans een vaste plek in het landbouwbeleid. De Commissie wijst op agronomische risico’s en een fragiele markt als redenen waarom boeren nu nog vaak afhaken. En dat terwijl de EU nog steeds flink leunt op eiwitinvoer van buiten.
Door deze gewassen een eigen status te geven, verwacht de Commissie dat lidstaten ze serieuzer meenemen in hun plannen. Er kan steun komen via investeringssubsidies, promotie of andere maatregelen om afzet te vergroten.
Naast de sectorstatus komt er ruimte voor marketingstandaarden. Niet alleen voor eiwitgewassen, maar ook voor rund-, varkens-, schapen- en geitenvlees én voor kaas. Daarmee wil Brussel zorgen voor duidelijke herkomstinformatie richting de consument.
De aanpassing is mede gebaseerd op het rapport van de Commissie over marktnormen voor onder meer sojabonen en gedroogde peulvruchten (COM/2023/200). Doel: Het verbeteren van concurrentie en transparantie binnen de interne markt.
Bron: Europese Commissie