In de voedingsmiddelen- en drankenindustrie ontstond in 2024 19% van het Europese voedselafval. In totaal kwam de EU dat jaar op 57,9 miljoen ton. Dat is 0,7% meer dan een jaar eerder, meldt Eurostat. Huishoudens waren met 53% de grootste bron van voedselafval.
Per inwoner ontstond in de EU gemiddeld circa 129 kilo voedselafval. In 2023 lag het totaal nog op 57,5 miljoen ton. De cijfers omvatten zowel eetbare als niet-eetbare delen van voedingsmiddelen.
Bij de voedingsmiddelen- en drankenindustrie ging het om 25 kilo per inwoner. De primaire productie was goed voor 8% van het totale voedselafval. De detailhandel en overige distributie van voedsel hadden samen hetzelfde aandeel. Voor beide categorieën kwam dat neer op 10 kilo per inwoner. Deze drie sectoren waren samen goed voor 35% van het voedselafval.
Bij huishoudens ging het om 69 kilo per inwoner. Restaurants en andere aanbieders van eten en drinken waren goed voor 12%. Dat komt neer op 15 kilo per EU-inwoner.
Voor Bulgarije, Duitsland en Roemenië ontbreken gegevens over 2024. Eurostat gebruikte voor deze landen de meest recente beschikbare cijfers. De schatting voor de EU omvat daarmee alle lidstaten.
De Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen schrijft jaarlijkse rapportage over voedselafval voor. Lidstaten rapporteren per sector en afzonderlijk over afval van huishoudens. Daarvoor gelden een uniforme meetmethode en minimale eisen aan de kwaliteit.
Bron: Eurostat