VleesNL verzet zich fel tegen het voorgenomen uit- en inleenverbod voor de vleessector. Volgens de brancheorganisatie dreigt de maatregel de lasten voor voedingsbedrijven verder te verhogen. Ook vreest zij dat bedrijven hierdoor uit Nederland vertrekken. VleesNL en haar leden beraden zich daarom op juridische stappen.
Minister Vijlbrief wil het verbod doorzetten vanwege misstanden rond uitzendkrachten. VleesNL noemt de maatregel buitenproportioneel en discriminerend. Volgens de organisatie maskeert de minister hiermee het onvermogen om malafide praktijken gericht aan te pakken.
De brancheorganisatie stelt dat goed werkgeverschap voorop moet staan. Misbruik en misstanden zijn volgens VleesNL nooit acceptabel. Tegelijk wijst zij op stappen die de sector al heeft gezet. Daarbij noemt VleesNL strengere eisen aan uitzendbureaus en extra onafhankelijke controles. Ook zouden meer medewerkers in eigen dienst zijn gekomen. Verder noemt de organisatie minder ontslagen op staande voet en minder arbeidsongevallen.
VleesNL bestrijdt dat incidenten rond uitzendkrachten de dagelijkse praktijk in de sector typeren. De organisatie verwijst naar 7.399 inspecties door de Arbeidsinspectie sinds 1 januari 2016. Daaruit blijkt volgens VleesNL niet dat bij leden sprake is van stelselmatige en wijdverspreide misstanden.
Volgens VleesNL behandelen leden uitzendkrachten als volwaardige medewerkers. Vaak gaat het om langdurige dienstverbanden, onder vergelijkbare omstandigheden als vaste medewerkers. De organisatie pleit daarom voor gerichte handhaving tegen malafide bedrijven. Met de Wtta in aantocht vindt VleesNL het besluit buiten proportie.
De impact kan volgens VleesNL groot zijn. Afhankelijk van de uiteindelijke reikwijdte kunnen 500 tot 1.000 bedrijven geraakt worden. Het gaat om slachterijen, slagers, horecaleveranciers en vleeswarenfabrikanten. Ook producenten van snacks, sandwiches en kant-en-klaarmaaltijden vallen mogelijk onder de gevolgen. Veel van deze bedrijven zijn familiebedrijven of mkb-bedrijven.
Volgens VleesNL lost het verbod problemen rond werving, begeleiding en huisvesting niet op. Ook uitzendkrachten gaan er volgens de organisatie niet op vooruit. De beloning is in Nederland al gelijkwaardig aan die van vaste medewerkers.
Bedrijven moeten extra mensen aannemen om ‘piek en ziek’ op te vangen. VleesNL verwacht daardoor hogere productiekosten en hogere vleesprijzen. Ook waarschuwt de organisatie voor verlies aan concurrentiekracht en mogelijke gevolgen voor de werkgelegenheid. Bij onverwachte schommelingen zijn leveringsproblemen en mogelijk lege schappen volgens VleesNL niet uit te sluiten.
Bron: VleesNL