De toelating van groene gewasbeschermingsmiddelen moet sneller verlopen. Dat stellen LTO Nederland, Glastuinbouw Nederland, NFO, KAVB, NAJK, BO Akkerbouw en NAV in een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer. Op 12 mei debatteert de Kamer over het Europese Food & Feed Omnibuspakket. Volgens de organisaties is dat pakket belangrijk voor verdere verduurzaming van de land- en tuinbouw.
Volgens de organisaties verdwijnen bestaande gewasbeschermingsmiddelen momenteel sneller dan nieuwe alternatieven beschikbaar komen. In de brief staat dat het in Europa tot tien jaar kan duren voordat nieuwe middelen worden toegelaten. Daardoor ontstaat volgens de sector een tekort aan beschikbare alternatieven.
De organisaties schrijven dat hierdoor “teeltrisico’s hoger worden” en dat “teelten uit Nederland verdwijnen”. Ook wijzen zij op de toenemende druk van ziekten en plagen, onder meer door klimaatverandering. Volgens de brief blijft inzet van gewasbeschermingsmiddelen noodzakelijk, ook binnen weerbare teeltsystemen. Dat geldt volgens de organisaties eveneens voor de biologische sector, waar gebruik wordt gemaakt van groene middelen van natuurlijke oorsprong.
De Europese Commissie wil met het Food & Feed Omnibuspakket de toelating van groene middelen versnellen. Ook bevat het voorstel extra inzet van beoordelingscapaciteit bij EFSA en het Ctgb. Daarnaast stelt de Commissie voor het huidige herbeoordelingssysteem te moderniseren naar een risico-gebaseerde aanpak. Over dat onderdeel is discussie ontstaan in Nederland.
De organisaties verwijzen in hun brief naar aanbevelingen van het Ctgb. Dat pleit voor een systeem waarbij nieuwe wetenschappelijke inzichten en risico’s tijdig worden gesignaleerd. Ook noemt het Ctgb een periodiek werkprogramma voor herbeoordelingen en een betere koppeling tussen de beoordeling van stoffen en middelen.
Volgens de organisaties is het omnibuspakket belangrijk voor het aankomende convenant gewasbescherming. Zonder voldoende beschikbare alternatieven worden verdere verduurzamingsafspraken volgens hen moeilijk uitvoerbaar.
Naast snellere toelating vragen de partijen daarom ook om extra investeringen in onderzoek en ontwikkeling van alternatieven voor specifieke plagen en teelten.
Bron: LTO