De Nederlandse industrie kreeg in het tweede kwartaal van 2026 duidelijk meer vaart. De voedingsmiddelenindustrie bleef bij dat herstel achter, al was de omzetdaling in juni kleiner dan in april en mei. Het producentenvertrouwen bleef in juli negatief. De verwachting voor de bedrijvigheid was wel positief.
Voor de totale industrie begon 2026 met een omzetdaling. In januari lag de omzet 2,5 procent lager dan een jaar eerder. Een maand later was dat verschil opgelopen tot 3,4 procent. In maart volgde de omslag: de omzet steeg met 11,2 procent.
Die groei zette in het tweede kwartaal door. In april nam de omzet met 7,7 procent toe, in mei met 8,9 procent en in juni met 8,5 procent. Vooral de buitenlandse omzet droeg hieraan bij. Deze lag in juni 9,3 procent hoger dan een jaar eerder. Op de binnenlandse markt steeg de omzet met 7,1 procent.
De voedingsmiddelenindustrie volgde een andere ontwikkeling. In het eerste kwartaal van 2025 groeide de omzet nog met 9,1 procent. Daarna nam die groei af. In het vierde kwartaal bleef een stijging van 1 procent over.
Begin 2026 sloeg de groei om in een daling. De omzet lag in januari 7,3 procent lager dan een jaar eerder en in februari 7 procent. In maart nam het verschil af tot 2 procent. Daarna daalde de omzet met 8,6 procent in april en 7,1 procent in mei. In juni werd de daling kleiner en kwam deze uit op 5,9 procent.
Zowel de binnenlandse als buitenlandse omzet lag in juni lager dan een jaar eerder. De binnenlandse omzet daalde met 6 procent en de buitenlandse omzet met 5,8 procent. Daarmee was de afname minder groot dan in april en mei.
Gemiddeld kwam de omzetdaling in het tweede kwartaal uit op ongeveer 7 procent. In het eerste kwartaal bedroeg de afname ruim 5 procent. Ook de afzetprijzen liepen verder terug. In januari lagen deze 4,7 procent lager dan een jaar eerder. In juni was het verschil opgelopen tot 6,6 procent.
Vrijwel alle branches kregen met lagere afzetprijzen te maken. In de zuivelindustrie daalden de prijzen in juni met 8,9 procent. In de visverwerkende industrie bedroeg de afname 7,2 procent. De prijzen daalden bij de meelindustrie met 6,2 procent en bij slachterijen en de vleeswarenindustrie met 6 procent. In de brood- en deegwarenindustrie liepen de prijzen met 4,4 procent terug.
De overige voedingsmiddelenindustrie kende met 11,6 procent de grootste daling. De spijsoliën- en -vettenindustrie vormde de uitzondering. Daar stegen de afzetprijzen met 2,1 procent.
Het producentenvertrouwen in de voedings- en genotmiddelenindustrie kwam in juli uit op -1,9. Het oordeel over de orderpositie bleef met -7,8 negatief. De verwachting voor de bedrijvigheid was daarentegen positief en kwam uit op 6,4.
Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2026