Vanaf 4 augustus wordt verse gember uit derde landen standaard bemonsterd. Niet alleen als er iets verdachts te zien is, maar ook als de partij er prima uitziet. De NVWA heeft keuringsdienst KCB opdracht gegeven om hiermee te starten. Aanleiding? De bacterie Ralstonia pseudosolanacearum, die in meerdere zendingen opdook.
De bacterie kan bruinrot veroorzaken. Tot nu toe werd gember alleen gecontroleerd als er symptomen zichtbaar waren. Maar uit onderzoek blijkt dat dat niet altijd genoeg is. Zo’n 13% van de onderzochte partijen bleek besmet, en bij een deel daarvan was niets aan de buitenkant te zien.
Daarom komt er nu verplichte, steekproefsgewijze bemonstering. Dus ook als er geen signalen van besmetting zijn.
Wat gebeurt er na zo’n bemonstering? Het monster gaat naar het NIVIP, waar een snelle PCR-test wordt uitgevoerd. Meestal is er binnen drie werkdagen duidelijkheid. Wordt de bacterie gedetecteerd, dan volgt er een extra toets om te bepalen of het daadwerkelijk om Ralstonia pseudosolanacearum gaat. Die uitslag laat gemiddeld tien werkdagen op zich wachten.
De uitkomsten zijn helder:
PCR negatief: dan mag de partij door.
PCR positief: dan volgt identificatie op soortniveau.
Positieve identificatie: dan moet de partij retour, vernietigd of buiten de EU gebracht worden.
De kosten voor bemonstering en toetsing? Die zijn voor rekening van de aangever.
Deze aanpak blijft niet beperkt tot gember. Verse kurkuma uit derde landen komt later ook in beeld. Wanneer precies, dat volgt nog.
Bron: NVWA