Voedselveiligheid controleren zonder monsters op te sturen naar een lab – het zou een hoop tijd schelen. Chemicus Gert Salentijn denkt dat het kan. Met een Vidi-subsidie op zak werkt hij aan een draagbaar testapparaat waarmee producenten hun producten direct kunnen analyseren.
Normaal gesproken gaan monsters naar een laboratorium, waar grote en dure machines staan voor vloeistofchromatografie en massaspectrometrie. Dat duurt even. “Met dit apparaat breng ik het lab naar het monster,” zegt Salentijn. Zijn idee: beide technieken samenbrengen in een klein, handzaam toestel. De vernieuwing zit vooral in de eerste stap. De gebruikelijke chromatograaf wordt vervangen door een klein stukje papier dat alleen de juiste stoffen bindt. Aan dat papier koppelt hij chemische groepen die selectief reageren met de verbindingen waarnaar gezocht wordt.
Het onderzoek richt zich op pyrrolizidine alkaloïden, natuurlijke toxines uit planten die via mee-oogsten in thee of kruidenpreparaten kunnen belanden. “Ze zijn kankerverwekkend en tasten de lever aan,” legt Salentijn uit. Het probleem: er bestaan meer dan zeshonderd varianten en veel daarvan lijken sterk op elkaar. “Binnen de groep zijn bovendien veel isomeren. Om die van elkaar te scheiden is echt een uitdaging.” Zijn oplossing is slim. Door metaalionen aan de verbindingen te koppelen, ontstaan unieke vingerafdrukken. “Dat levert van elke verbinding meerdere massaspectra op en dus een veel rijkere vingerafdruk.”
De chemie staat, nu volgt de praktijk. Samen met eindgebruikers wordt het apparaat verder ontwikkeld, zodat het straks echt bruikbaar is. Daarbij worden ook 3D-printers ingezet om de vorm te bepalen. Als testcase richt het team zich naast pyrrolizidine alkaloïden ook op microcystines, gifstoffen van blauwalgen die in de zomer de waterkwaliteit aantasten, maar ook in voedingssupplementen worden gebruikt. Twee promovendi gaan het project verder brengen.
Bron: Resource