Wanneer is iets eigenlijk een snack? Dat hangt minder van het product af dan vaak wordt gedacht. Ook het moment, de omgeving en het motief bepalen de betekenis. Nieuw promotieonderzoek onder Nederlandse millennials zet daarmee het vertrouwde beeld van snacken op losse schroeven. Bovendien blijkt lang niet ieder snackmoment ongezond te zijn.
Mariëlle de Vaal volgde een jaar lang 264 Nederlandse millennials. De deelnemers registreerden hun voedsel- en drankinname via een mobiele app. Daarbij benoemden zij ieder moment als ontbijt, lunch, tussendoortje of maaltijdvervanger.
Gemiddeld snackten de deelnemers vier tot vijf keer per dag. Van alle geregistreerde snackmomenten viel 64 procent binnen de Schijf van Vijf. Het ging om fruit, komkommer, brood, yoghurt en zwarte koffie. Zulke tussendoortjes kunnen bijdragen aan een gezond voedingspatroon.
Een komkommer op het werk gold bijvoorbeeld als tussendoortje. Deelnemers aten die om de trek tot de lunch te stillen. Diezelfde komkommer noemden zij tijdens een gezellige avond een snack.
Ook zwarte koffie kreeg afhankelijk van de situatie een andere betekenis. Op het werk kon koffie een functioneel tussendoortje zijn. Op een terras met vrienden gold koffie eerder als verwenmoment.
Mensen snacken niet alleen vanwege honger of dorst. Ook gewoonte, gemak, energie, ontspanning, gezondheid en sociale interactie spelen mee. Daarnaast beïnvloedt de omgeving het snackgedrag van dezelfde persoon.
De Vaal spreekt over de wereldwijde trend ‘snackification’. Daarbij vervagen de traditionele grenzen tussen snacks en maaltijden. Snacks kunnen maaltijden vervangen en brood kan als tussendoortje dienen. Sommige mensen verdelen hun consumptie over meerdere kleine eetmomenten.
Volgens De Vaal vraagt deze ontwikkeling om ander voedingsadvies. Algemene adviezen om snacken te vermijden sluiten niet altijd goed aan. Wie minder suiker wil consumeren, heeft wellicht meer aan een alternatief voor een vast snoepmoment.
“Snacken is niet per definitie ongezond en mag dus echt wel uit het verdomhoekje”, zegt De Vaal. Zij verdedigde haar proefschrift op 25 augustus 2026.
Bron: Wageningen University & Research