Oude tarwesoorten zijn nodig voor het ontwikkelen van nieuwe variëteiten die beter bestand zijn tegen klimaatverandering. Een eeuw geleden verzamelde de Britse plantwetenschapper Arthur Watkins wereldwijd tarwemonsters. Zijn verzameling blijkt nu een genetische schat.
Met de hulp van de oude verzameling ontstaan al nieuwe stammen. Tarwe is een van de meest geteelde gewassen ter wereld en levert meer dan twintig procent van onze dagelijkse calorieën. Klimaatverandering bedreigt de toekomstige tarweopbrengst, terwijl de wereldbevolking groeit.
De tarwe die we nu eten, komt van wilde variëteiten uit het Midden-Oosten. Deze oorspronkelijke soorten werden aangepast om sneller te groeien en meer op te leveren. Planten met als nutteloos beschouwde eigenschappen werden genegeerd en niet meer onderhouden. Dit verlies is nu merkbaar.
Dankzij de Watkins-collectie zijn oude tarwezaden bewaard gebleven. Nieuwe tarweplanten worden ontwikkeld die beter bestand zijn tegen zware regenval en droogte. Het Britse John Innes Centre werkt hiervoor samen met de Indiase Punjab Agricultural University.
"Cruciaal was dat Watkins besefte dat genen, toen als nutteloos beschouwd, in de toekomst waardevol konden zijn," aldus Simon Griffiths, geneticus bij het project. "Zijn denken was zijn tijd ver vooruit. We zijn hem dankbaar voor zijn vooruitziende blik."
Bron: ChangeInc
Bron: ©Depositphotos.com/stevemc