Investeringen in landbouwonderzoek blijven wereldwijd toenemen. Nieuwe cijfers van FAO laten zien dat publieke R&D-systemen stabiel doorgroeien. Tegelijk groeit het aantal onderzoekers sneller dan de beschikbare budgetten. Dat wijst op een blijvende inzet op kennis en innovatie binnen agrifoodsystemen.
Voor de voedingsindustrie zijn dit relevante signalen. Onderzoek en ontwikkeling spelen een belangrijke rol in efficiëntie, grondstoffengebruik en productontwikkeling. De nieuwe dataset biedt daarnaast meer inzicht in hoe landen wereldwijd investeren in innovatie in de landbouw.
Publieke investeringen in landbouw-R&D kwamen in 2023 uit op $50,4 miljard. In 2004 lag dat nog op $35,9 miljard, gemeten in constante prijzen. De gemiddelde groei bedroeg 1,8 procent per jaar over de afgelopen twintig jaar. Na 2009 versnelde deze ontwikkeling zichtbaar.
Het aantal onderzoekers nam in dezelfde periode sterk toe. In 2023 waren wereldwijd 316.000 fulltime onderzoekers actief. In 2004 lag dat aantal nog op 204.000. Daarmee groeit de onderzoekscapaciteit sneller dan de investeringen.
Azië heeft het grootste aandeel met 45 procent van alle onderzoekers. Europa volgt met 24 procent, daarna Amerika met 14 procent. Afrika en Oceanië blijven achter met respectievelijk 13 en 3 procent.
Ook in uitgaven ligt Azië voorop met 48 procent van het totaal. Amerika volgt met 22 procent en Europa met 20 procent. De verschillen tussen regio’s zijn aanzienlijk en blijven zichtbaar. De sterkste groei in uitgaven vond plaats in Centraal-Azië. Zuid-Europa kende juist de grootste daling in deze periode.
De cijfers komen uit een nieuw datadomein binnen FAOSTAT. Deze database bevat gegevens van meer dan 120 FAO-lidstaten. Later dit jaar worden extra landen toegevoegd. Volgens FAO is er behoefte aan consistente en vergelijkbare data. “Dit nieuwe datadomein zal evidence-based beleidsvorming en pleitbezorging voor effectievere landbouwonderzoekssystemen versterken.”
Gemiddeld investeren landen 1,3 procent van de toegevoegde waarde in landbouw in onderzoek. De mediaan ligt op 0,6 procent. Landen met hoge waarden zijn onder meer België en Denemarken.
Source: FAO