AI krijgt een plek op de productievloer, maar medewerkers zijn niet zonder zorgen. Ruim een derde (34%) ziet de technologie als bedreiging voor het eigen vakmanschap. Daarnaast vindt 58% dat beslissingen over digitalisering onvoldoende rekening houden met hun wensen. Dat blijkt uit onderzoek van Markteffect in opdracht van Fellowmind. Intussen besteden medewerkers dagelijks tijd aan administratie en terugkerende taken. Juist daar ziet Fellowmind mogelijkheden voor ondersteuning met AI.
Markteffect voerde het onderzoek in juli 2026 uit onder 435 operationeel medewerkers in de Nederlandse maakindustrie.
Twee derde (67%) koos bewust voor de maakindustrie vanwege het handwerk. Ook het contact met collega’s houdt de medewerkers bezig. De helft (51%) verwacht dat dit afneemt als AI een grotere rol krijgt. Inmiddels gebruikt 38% minstens maandelijks AI of andere slimme technologie.
Volgens Erwin Berends, Manufacturing Industry Lead bij Fellowmind, verandert technologie het vakmanschap al jaren. Sensoren meten bijvoorbeeld trillingen en melden afwijkingen aan machines. AI kan helpen de oorzaak en de benodigde actie te bepalen. Vakmensen beoordelen volgens Berends zelf of die analyse klopt. Ook bepalen zij wat er vervolgens moet gebeuren.
Gegevens overtypen en registraties bijhouden vragen dagelijks tijd van medewerkers. Bij 24% kosten administratie en terugkerende productietaken een halfuur tot een uur. Voor 21% loopt dat op tot één à twee uur.
Handmatig gegevens invoeren of overtypen kost volgens 27% onnodig veel tijd. Ook rapportages en registraties bijhouden (24%) en storingen oplossen (23%) noemen medewerkers als tijdrovers. Daarnaast noemt 20% het zoeken naar de juiste informatie.
Volgens Berends is een deel van de administratie nodig voor naleving van regels en traceerbaarheid. Onnodig overtypen kost volgens hem tijd en kan fouten veroorzaken. Hij adviseert samen met medewerkers te bepalen welke handelingen nodig zijn. Zo houden vakmensen volgens hem meer tijd over voor hun vakmanschap.
Bron: Fellowmind