De visaanvoer in de EU was in 2025 goed voor 5,5 miljard euro. Dat is vrijwel evenveel als een jaar eerder. Spanje had het grootste aandeel, zowel in aanvoerwaarde als in vangstgewicht. Maar waar haalt de EU-vloot haar vis vandaan? De cijfers van Eurostat brengen de belangrijkste vangstgebieden en vissoorten in kaart.
Spanje vertegenwoordigde 31% van de totale waarde van de visaanvoer. Frankrijk volgde met 18% en Italië met een aandeel van 12%. De EU-vloot ving in 2025 naar schatting 3,3 miljoen ton. Die vangst kwam uit de zeven zeegebieden waarover Eurostat rapporteert. De Spaanse vloot nam 21% van het totale vangstgewicht voor zijn rekening. Daarna volgden Denemarken en Frankrijk, met respectievelijk 16% en 14%.
De Noordoost-Atlantische Oceaan leverde 72% van de totale EU-vangst. Haring vormde daar 18% van de vangst, blauwe wijting 17%. Sprot en makreel volgden met respectievelijk 15% en 9%.
De Middellandse Zee en Zwarte Zee leverden samen 8% van de EU-vangst. De belangrijkste soorten waren daar sardines (19%) en ansjovis (16%).
Uit het westelijke deel van de Indische Oceaan kwam 7% van de EU-vangst. Drie tonijnsoorten vormden daar samen 94% van de vangst. Het ging om skipjacktonijn (58%), geelvintonijn (29%) en grootoogtonijn (7%).
De centraal-oostelijke en zuidwestelijke Atlantische Oceaan leverden elk 5% van de EU-vangst. In het centraal-oostelijke gebied had horsmakreel met 38% het grootste aandeel. In het zuidwestelijke gebied bestond de vangst vooral uit heek (79%) en inktvis (13%). De resterende 2% kwam uit de noordwestelijke en zuidoostelijke Atlantische Oceaan.
Bron: Eurostat